Ik zat aan de rand van een prachtig meer in Zweden, met niets anders bij me dan mijn Bijbel. Alle andere christelijke boekjes had ik bewust thuisgelaten. Ik tuurde over het water en overdacht mijn leven tot dan toe.
Als christen in de wieg gelegd, opgegroeid in een leuk gezin en in een hechte community. Werkzaam, actief en betrokken, maar enorm moralistisch (de betekenis daarvan is het opzoeken waard). Nooit had ik God echt vaarwel gezegd. Ik leek misschien nog het meest op de oudste broer uit Jezus’ gelijkenis.
De Bijbel kende ik. Althans, dat dacht ik. Teksten over zonde, verzoeking, heiligmaking, reinheid, strijd en gezindheid kon ik met hoofdstuk en vers uit mijn hoofd opratelen.
Ik sloeg mijn Bijbel open bij Romeinen 3, op de plek die een voorganger uit mijn toenmalige gemeente me had aangeraden vaak te lezen: vers 10 tot en met 18. De röntgenfoto van de gevallen mens: afgedwaald, nutteloos, niet goeddoend, onrechtvaardig, bedrieglijk, enzovoort.
Waarom ik het opnieuw wilde lezen, weet ik niet. Misschien wel om die voorganger gelijk te geven. Ik herkende mezelf immers in deze mens.
Maar dit keer sloeg ik ook de volgende bladzijde om. En vers 23 en 24 knalden daar mijn hart in:
Allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet (dat is gratis) gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.
Het was alsof mijn geest van mijn ziel werd losgescheurd en per direct tot leven kwam. Gods liefde werd daar, op dat moment, met bakken tegelijk in mijn hart uitgestort:
Ik ben rechtvaardig! Verlost! Datgene waar ik zelf jarenlang tevergeefs voor gewerkt had, in één tel gratis ontvangen?!
Die zomer veranderde alles.
Daar waar 'In Hem' binnen de leer die mij was aangereikt als een soort 'toverwoord' werd bestempeld, werd het voor mij de pacemaker van mijn bestaan.
Die vakantie zoog ik meer dan 150 verzen op over wat God in Christus voor mij gedaan heeft en nog altijd doet. Deze genade werd het fundament onder Gods liefde voor mij en onder mijn wederliefde tot Jezus.
Ik heb nu lief, omdat Hij mij eerst heeft liefgehad.
Ik ben nu 'in Hem'.